1. Voorwoord
Ouders vertrouwen hun dierbaarste ‘bezit’ toe aan professionele pedagogisch medewerkers. Ouders moeten de zekerheid hebben dat hun kind, als ze niet aanwezig zijn, in een geborgen en veilige omgeving met liefde en zorg door de groepsleiding (bestaande uit pedagogisch professionals) wordt opgevangen. Wij vinden het daarom belangrijk dat de kinderen zich bij The Clown Club thuis voelen. Zij moeten kunnen terugvallen op een vertrouwde opvoeder en moeten vanuit die veilige omgeving de wereld om hen heen kunnen verkennen en leren omgaan met andere kinderen. Het creëren van een veilige en geborgen omgeving is een samenspel tussen de pedagogisch professionals, kinderen en de ruimte waarin zij zich bevinden. Vaste medewerkers in een groep, die zorgen voor een grote mate van continuïteit, zijn een belangrijke factor. Kinderen kunnen zich zo hechten aan bepaalde personen, met wie ze vertrouwd raken en bij wie ze zich veilig voelen. Een veilige- en kindvriendelijke ruimte met voldoende uitdaging voor de kinderen, draagt mede zorg voor een ongehinderde ontwikkeling van de kinderen.
Het pedagogisch beleidsplan geeft de visie op de ontwikkeling van kinderen en op de opvoeding. Het geeft richtlijnen en werkwijzen weer over hoe een veilige en geborgen omgeving voor kinderen gewaarborgd kan worden. Het plan dient ook om regelmatig na te denken over de wijze waarop we omgaan met kinderen binnen The Clown Club; welke doelen streven we na en op welke wijze willen wij die doelen nastreven? Door regelmatig hierover na te denken en met management, de pedagogisch coach, de pedagogisch medewerkers en ouders te discussiëren wordt de kwaliteit binnen The Clown Club gewaarborgd.
2. Missie en algemene doelstelling
The Clown Club is opgericht in 1995 met als doel het ondersteunen en aanmoedigen van een intercultureel leerproces tussen kinderen, hun ouders en de leiding in een veilige en een stimulerende omgeving. Er zijn Engelstalige en Nederlandstalige groepen. In alle groepen zijn kinderen aanwezig met een verschil in culturele achtergrond en ook ons personeel is internationaal van samenstelling. De interactie tussen de kinderen en de pedagogisch medewerker is belangrijk bij het overdragen van culturele diversiteit. Om dit leerproces te bevorderen behandelt de groepsleiding bijvoorbeeld thema’s over verschillende landen en organiseert The Clown Club ‘International Day’ (een open dag voor ouders en kinderen). Op ‘International Day’ kunnen ouders en kinderen dan verder kennis maken met verschillende culturele tradities, kledij en gerechten.
3. Groepsindeling en groepsopbouw
The Clown Club biedt plaats aan 82 kinderen, verdeeld over 6 groepen. Het aantal kinderen per groep is volgens de CAO-norm voor de Kinderopvang vastgesteld.
- Baby’s 0 – 15 maanden: 6 kinderen : 2 pedagogisch professionals
- English 1 10-30 maanden: 14 kinderen : 3 pedagogisch professionals
- English 2 24-60 maanden: 16 kinderen : 2 pedagogisch professionals
- Dutch 1 10 –30 maanden: 15 kinderen : 3 pedagogisch professionals
- Dutch 2 24 –48 maanden: 14 kinderen : 2 pedagogisch professionals
- Dutch 3 24 –48 maanden: 14 kinderen : 2 pedagogisch professionals
The Clown Club werkt met een gemiddelde groepssamenstelling. Dat wil zeggen dat bij de bezetting gekeken wordt naar de hierboven genoemde gemiddelde aantallen kinderen per dag per leeftijdsgroep.
Leeftijden kunnen enigszins afwijken in verband met het individuele ontwikkelingsniveau van het kind en de beschikbare plaats op de volgende groep.
3.1 Maximale groepsgrootte en inzet beroepskrachten
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal kinderen in een stamgroep is als volgt:
- 1 beroepskracht per 3 aanwezige kinderen tot 1 jaar
- 1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar
- 1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 2 tot en met 4 jaar
Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het rekenkundig gemiddelde berekend, waarbij het totaal van de berekening naar boven kan worden afgerond.
Voor de kinderen is het belangrijk dat de opvang plaatsvindt in een vertrouwde omgeving met dezelfde groep kinderen en vaste medewerkers. Op The Clown Club heeft daarom ieder kind een eigen stamgroep. Dit betekent dat iedere groep een vaste groep kinderen heeft in een vaste groepsruimte. Voordat een kind start krijgen de ouders informatie over op welke groep hun kind zal komen.
Wanneer kinderen bij activiteiten de eigen stamgroep/groepsruimte verlaten, wordt de maximale omvang van de stamgroep tijdelijk losgelaten. Dit betekent dat er dus meer kinderen in een groepsruimte aanwezig kunnen zijn. Bijvoorbeeld twee peutergroepen worden op één groep opgevangen met een vaste medewerker van beide groepen of groepen worden gezamenlijk opgevangen in de buitenruimte waarbij ook de eigen pedagogisch professional van de groep aanwezig is.
Inzet beroepskrachten
Aan elke groep zijn vaste pedagogisch professionals verbonden, behoudens ziekte, verlof en vakantie. De kinderen worden opgevangen en verzorgd door bevoegde pedagogisch professionals, gediplomeerd conform de CAO Kinderopvang. Als erkend leerbedrijf heeft The Clown Club naast de ervaren medewerkers ook leerlingen die werken en studeren onder begeleiding van onze werkbegeleiders en praktijkopleiders. Alle pedagogisch professionals zijn aangemeld bij het landelijke personenregister kinderopvang.
Ook ontvangen deze medewerkers coaching binnen The Clown Club van de pedagogisch coach die extern ingehuurd wordt. Het coaching plan is beschikbaar bij het management van The Clown Club.
Als er minder kinderen dan de maximale groepsgrootte aanwezig zijn (bijvoorbeeld in vakantieperiodes of bij onderbezetting van groepen) werkt een medewerker alleen of kunnen groepen samengevoegd worden. Bij het samenvoegen van groepen zijn de vaste pedagogisch professionals van de groepen aanwezig. Bijvoorbeeld groep 1 gaat samen met groep 2. Er is dan een pedagogisch professional van zowel groep 1 als groep 2 aanwezig.
In de regel geldt dat gedurende de openingstijden er ten hoogste drie uur per dag (niet aaneengesloten) minder medewerkers ingezet kunnen worden dan volgens de beroepskracht- kind ratio vereist is, met dien verstande dat tenminste de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet. Mocht slechts één pedagogisch professional worden ingezet, dan is er ten minste één andere medewerker aanwezig ter ondersteuning van deze pedagogisch professional en dient als achterwacht in geval van noodsituaties. Bij afwezigheid van een pedagogisch professional komt een invalkracht of een andere medewerker van The Clown Club op de groep.
Aan het begin en einde van de dag en tijdens slaaptijd staan er minder pedagogisch professionals op de groepen in verband met de verschillende diensten en het nemen van pauze. Aan het begin en einde van de dag geldt daarom het open-deuren-beleid. Hierin werken English 1 en Dutch 1 samen en Dutch 2 en Dutch 3 samen. De Babyroom werkt hierin samen met English 1. English 2 werkt hierin samen met Dutch 2. Tussen 7.00u en 8.00u worden de kinderen door 2 pedagogisch professionals opgevangen in het lokaal van Dutch 1 of English 1.
De pauzetijd is tussen 12.30u en 15.00u, op dit moment slapen de meeste kinderen waardoor de belasting voor de pedagogisch professionals minder groot is. Tussen deze tijden zijn de pedagogisch professional om en om één uur van de groep afwezig.
Als de pedagogisch professionals met zijn drieën op een groep staan, dan zal een van deze personen om 13.30u met pauze gaan, de ‘tussen’ pauze. De leidsters behouden een uur pauze.
Als er op de bovenverdieping in totaal met 3 pedagogisch professionals wordt gewerkt worden de pauze tijden verkort naar 45 minuten per leidster. Zo zijn er altijd twee pedagogisch professionals op een verdieping aanwezig.
Op elke groep begint er om 7.45u/8.00u een pedagogisch professional. De volgende pedagogisch professional begint om 8.30u. Wordt er met een derde pedagogisch professional gewerkt dan begint deze persoon om 8.15u. Op deze manier staat er nooit een pedagogisch professional alleen met meer kinderen dan is toegestaan aangezien niet alle kinderen van een groep aanwezig zijn om 8.30u.
In Dutch 2 en Dutch 3 is op woensdag en vrijdag het rooster anders. Door het lage aantal kinderen kunnen de groepen worden samengevoegd en werken er twee of drie pedagogisch professional. De eerste pedagogisch professional is klaar om 17.45u. De tweede pedagogisch professional blijft tot 18.15u op de groep of speelt buiten als er boven 3 pedagogisch professionals aan het werk zijn. Daarna voegen de groepen zich samen.
Schema
| Naam | Maandag | Dinsdag | Woensdag | Donderdag | Vrijdag |
|---|---|---|---|---|---|
| Babyroom | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 |
| Dutch 1 | 13.00-15.00 / 18.00-18.30 | 13.00-15.00 / 18.00-18.30 | 13.00-15.00 / 18.00-18.30 | 13.00-15.00 / 18.00-18.30 | 13.00-15.00 / 18.00-18.30 |
| Dutch 2 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 12.30-15.00 / 17.15-18.30 | 13.00-15.00 | 12.30-15.00 / 17.30-18.30 |
| Dutch 3 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 12.30-15.00 / 17.15-18.30 | 13.00-15.00 | 12.30-15.00 / 17.30-18.30 |
| English 1 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 |
| English 2 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 | 13.00-15.00 |
Buiten deze omschreven uren wordt er niet afgeweken van de BKR.
Opvang op een andere stamgroep
Bij de intake van uw kind is vermeld in welke stamgroep uw kind geplaatst is. Als een kind overgaat naar een andere stamgroep, dan zal dit door de pedagogisch professionals van de groep worden vermeld. In uitzondering op de vaste plaatsing op de stamgroep kan het voorkomen dat kind(eren) af en toe in een andere groep gaan spelen. Denk aan bijvoorbeeld een ruil dag, om pedagogische redenen (open deuren beleid, begin en einde van de dag), een lagere bezetting, of in geval van calamiteiten (zieke PP’ers). Tevens kunnen groepen in sommige gevallen worden samengevoegd. Bij de samenvoeging zijn vaste pedagogisch professionals aanwezig en is de structuur van de dag gelijk, en daardoor herkenbaar voor het kind.
Artikel 5 lid 13 van de Regeling Kwaliteit Kinderopvang maakt het mogelijk om groepen samen te voegen en opvang in maximaal één andere stamgroep plaats te laten vinden.
Ouders wordt bij het inloggen in het ouderportaal van Konnect gevraagd om ‘toestemming voor opvang op een 2de stamgroep’. Met het aanvinken van de toestemming geven zij aan op de hoogte te zijn van bovenstaande informatie en akkoord te gaan. De ouders worden via het ouderportaal Konnect op de hoogte gesteld indien de kinderen op een andere groep worden opgevangen. Mocht het nodig zijn om de opvang op een andere groep te laten plaatsvinden dan is dit omdat er zieke pedagogisch professionals zijn en het niet met een inval medewerker opgelost kan worden. Om 9.30u weet kantoor welke kinderen er die dag ‘echt’ aanwezig zijn. Op dat moment wordt er gekeken of het echt nodig is dat er kinderen op een andere stamgroep opgevangen moeten worden.
Stagiairs en beroepskrachten in opleiding
The Clown Club is een erkend leerbedrijf. Dit houdt in dat wij regelmatig stagiairs begeleiden tijdens hun stage. Deze stagiairs staan boventallig en niet alleen, altijd op een vaste groep en onder begeleiding van een stagebegeleider. Afhankelijk van het leerjaar van de stagiair worden de taken afgesproken. De eindverantwoording ligt altijd bij de pedagogisch professional van de betreffende groep.
De stagebegeleider begeleidt de stagiaires op de groep tijdens de dagelijkse bezigheden. De praktijkbegeleider is een medewerker van kantoor/ pedagogisch coach en deze beoordeelt de uitgewerkte opdrachten.
De beroepskrachten in opleiding die het werken-leren traject (BBL) doen mogen ingezet worden als pedagogisch professional. Eén van de vaste pedagogisch professionals van de groep begeleidt deze. Beroepskrachten worden in het begin van de studie niet alleen op de groep ingedeeld, maar staan altijd naast een vaste kracht. Zij voeren wel alle taken uit die een vaste beroepskracht ook doet. Het ligt aan de eerdere opgedane ervaring van de beroepskracht in opleiding en aan de voortgang van de studie hoeveel uur per dag de beroepskracht in opleiding alleen mag staan op de groep.
De werkbegeleiders zitten elke maand even kort met de beroepskracht in opleiding of stagiaire om te kijken hoe het gaat. Zijn er tussendoor opdrachten om te bespreken dan wordt hier een losse afspraak voor ingepland tussen beide. De praktijkopleider heeft elke drie maanden even een kort overleg met de beroepskracht in opleiding en wordt verder door de werkbegeleider op de hoogte gehouden over de vorderingen. 1 keer per jaar vindt er een functioneringsgesprek plaats.
Bij The Clown Club werken wij niet met vrijwilligers.
4. Visie op opvoeden en opvoedingsverantwoordelijkheid
In onze visie staat het kind centraal, elk kind is uniek. Elk kind moet zich kunnen ontwikkelen in een omgeving waar het zich veilig en vertrouwd voelt. Dit gebeurt op zijn/haar eigen tempo en op een eigen unieke manier. Het is dan ook belangrijk dat er door de pedagogisch professionals bewust naar de kinderen gekeken wordt. Op deze manier pikt de pedagogisch professional de, door de kinderen afgegeven, signalen op. Het observeren, herkennen en erkennen van deze signalen zorgt voor een goede basis waarop de pedagogisch professionals zijn begeleiding vormgeeft.
Onze visie op het opvoeden en de opvoedingsverantwoordelijkheid wordt gevormd door onze deskundige pedagogische professionals, pedagogisch coach en leidinggevenden, met een open houding ten opzichte van bestaande en nieuwe theorieën en werkwijze.
The Clown Club streeft ernaar dat de zorg voor het kind zoveel mogelijk aansluit bij de opvoeding thuis.
Daarnaast heeft het kinderdagverblijf een eigen verantwoordelijkheid en is de opvoeding in groepsverband behalve vervangend, ook aanvullend op de opvoeding thuis. De ouders zijn altijd eindverantwoordelijk, daarom is open communicatie een voorwaarde voor het werkelijk delen van de opvoedingsverantwoordelijkheid.
De basis van ons pedagogisch beleid wordt gevormd door de uitgangspunten: emotionele veiligheid en vertrouwen, respect en zelfstandigheid, ruimte en veiligheid en leven in een groep. (De 4 pedagogisch basisdoelen van Riksen Walraven)
Emotionele veiligheid en vertrouwen
Om ervoor te zorgen dat een kind zich prettig voelt, nieuwe uitdagingen aandurft en relaties kan aangaan is het belangrijk dat een kind zichzelf kan zijn en zich veilig genoeg voelt om zijn/haar emoties te tonen, zoals boosheid, verdriet en blijdschap. Hierin vinden wij de interactie tussen het kind met zijn eigen individuele kenmerken en de omgeving waarin het opgroeit belangrijk. Beide factoren leveren een bijdrage aan de groei en ontwikkeling van het kind tot een zelfstandig, sociaal en emotioneel vaardig persoon. Positieve communicatie speelt een belangrijke rol in deze. Wij proberen de emoties te verwoorden en gebruiken hierbij ook veel non-verbale communicatie. In ons tweetalig kinderdagverblijf heeft dit aspect nog eens een extra dimensie. Ook is het belangrijk dat een kind bekend is met de plaats en de manier van opvang. Het streven is dat steeds dezelfde medewerkers en kinderen aanwezig zijn om deze emotionele veiligheid te waarborgen.
Respect en zelfstandigheid
Elk kind heeft het recht om onvoorwaardelijk geaccepteerd te worden. Dit geeft het kind een veilig gevoel om zichzelf en anderen te accepteren zoals ze zijn. Hiermee wordt het gevoel van eigenwaarde vergroot en ontwikkelt het kind zijn persoonlijke competenties. Een kind heeft recht op respect en moet de ruimte krijgen om zich op eigen wijze te ontwikkelen. Hierbij wordt het kind ook gestimuleerd om zelfstandig eigen keuzes te maken en initiatieven te nemen, door bijvoorbeeld kinderen zo veel mogelijk zelf te laten doen en om hulp te laten vragen als ze die nodig hebben. Uiteraard is het soms noodzakelijk om bepaald gedrag te corrigeren op een juiste manier. Kinderen kunnen niet altijd vrijgelaten worden in hun uiting van zelfstandig handelen of gedrag. Tijdens de dag zullen er situaties ontstaan waarop er conflicten zijn. Ook dit hoort bij het opgroeien en het samen zijn in een groep. Natuurlijk wordt bij TCC dit gedrag gecorrigeerd.
Het corrigeren gebeurt niet met een strafstoel of time-out. Het kind wordt uit de situatie gehaald om even na te denken of af te koelen. Deze afkoelperiode wordt door kind en eventueel pedagogisch professional gebruikt om na te denken of zijn/haar boosheid kwijt te raken. Na deze afkoelperiode wordt bij de oudere kinderen het gesprek aangegaan om de gevoelens te benoemen en erkenning te geven aan deze gevoelens. Tijdens dat gesprek kunnen eventuele oplossingen met het kind besproken worden. Met het goed kijken naar en het op tijd sturen van de kinderen hopen we negatieve situaties zoveel mogelijk te vermijden. Hierdoor kunnen we dan ook vooral de sfeer op de groepen positief houden en de positieve aandacht schenken die alle kinderen verdienen.
Ruimte en veiligheid
Bij The Clown Club vinden wij het belangrijk om een kind een uitdagende en geborgen omgeving te geven waarin het kind zich optimaal kan ontwikkelen. De ruimte dient zowel veilig als uitdagend te zijn, zodat kinderen zich uitgenodigd voelen om op onderzoek uit te gaan. We maken de ruimte uitdagend door deze zodanig in te richten dat er verschillende activiteiten kunnen plaatsvinden. Er wordt de mogelijkheid geboden om te spelen in verschillende hoekjes met verschillende materialen zodat de keuze gevarieerd is. De mogelijkheid bestaat tot het doen van drukke en rustige activiteiten. Op regenachtige en winterse dagen worden binnen (op de gang en in de leefruimte) activiteiten gedaan, zoals bewegingsactiviteiten, muziek en dans, rennen en achter de bal aanhollen. De buitenruimte geeft een uitstekende mogelijkheid om de ontwikkeling van de grove motoriek te stimuleren: het daagt uit tot rennen, fietsen en de natuur te ontdekken (bladeren, beestjes, zon, wind en regen).
Bij al deze activiteiten en in deze ruimtes kunnen de kinderen zich volop uitleven. Wij dragen er zorg voor dat de kinderen deze ruimtes op een veilige manier kunnen ontdekken en onderzoeken, door alert te zijn op gevaar en op gebreken van materiaal. Geregeld, in elk geval jaarlijks, evalueren wij de risico’s en wordt een plan van aanpak gemaakt om de risico’s te minimaliseren of te elimineren.
Leven op een groep
Kinderopvang is bedoeld voor meer dan opvang alleen, het biedt een omgeving waarin opvoeding en sociale omgang van groot belang zijn. Het leven in een groep omvat een aantal belangrijke aspecten zoals samen dingen doen, samen spelen en delen, vriendschappen opbouwen, samen een veilige, geborgen sfeer creëren en daarbij respect hebben voor elkaar, voor elkaars spullen en voor de omgeving. De ontwikkeling van de sociale competenties en de overdracht van waarden en normen staan uiteraard hierin centraal. Leven in een groep brengt ook met zich mee dat er respect moet zijn voor zowel het groepsbelang als het individuele belang. Op The Clown Club geldt dat een kind recht heeft op individuele aandacht en zorg waarbij tevens rekening moet worden gehouden met het belang van de groep als geheel. Het individu mag niet lijden onder de groep, maar de groep mag ook niet lijden onder het individu.
Voor het overige is ons uitgangspunt dat een spelend kind een lerend kind is. In hoofdstuk 5 staat beschreven op welke manier spel betrokken is bij de verschillende ontwikkelingsgebieden.
5. Pedagogische werkwijze
5. Pedagogische werkwijze
5.1 De verschillende ontwikkelingsgebieden en het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden
In de eerste vier jaar van het leven ontwikkelt een kind zich van een afhankelijke baby tot een peuter en schoolgaand kind. Een kind dat, als de ontwikkeling voorspoedig verloopt, met zelfvertrouwen de wereld tegemoet gaat en zich aardig kan redden. De eerste jaren worden algemeen beschouwd als een cruciale periode voor de ontwikkeling van het kind op velerlei gebied.
De ontwikkeling van kinderen verloopt niet bij elk kind op dezelfde wijze. Ieder kind heeft een eigen tempo en kent bepaalde gebieden waarin het zich meer of minder ontwikkelt. Ieder kind heeft ook een grote mate van potentie in zich. De situatie waarin het kind opgroeit en de mensen die het kind omringen, spelen een belangrijke rol in de manier waarop die mogelijkheden worden gerealiseerd en in welk tempo dat gebeurt. De kinderopvang levert hieraan een belangrijke bijdrage. Ook is het signaleren van ontwikkelingsproblemen, en daarop inspelen door de medewerkers, een belangrijke functie van het kinderdagverblijf.
De situatie binnen The Clown Club is erop gericht om kinderen in een veilige en prettige omgeving de dag te laten doorbrengen. Hierbij wordt zowel in groepsverband als individueel bewust aangesloten op de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt.
In de ontwikkeling van de kinderen kunnen de volgende deelgebieden onderscheiden worden:
- Lichamelijke ontwikkeling
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
- Cognitieve en taalontwikkeling
- Creatieve ontwikkeling
- Ontwikkeling van identiteit en zelfredzaamheid
5.2 Lichamelijke ontwikkeling
In de leeftijd van 0 tot 4 jaar maken kinderen een grote ontwikkeling door in de motorische vaardigheden. De coördinatie en het samen bewegen van romp, armen en benen heet de grove motoriek. Een kind van 0 tot 1 begint hier al mee met het omdraaien van rug naar buik en weer terug, het tijgeren, kruipen, gaan zitten en ten slotte het optrekken en het staan. Bij het kind van 0 tot 1 jaar wordt de grove motoriek gestimuleerd door het neerleggen van bijvoorbeeld kleden op de vloer, het spelen voor de spiegel en of in de box. Wij proberen het kind uit te dagen tot beweging door om het kind heen uitdagend speelgoed neer te leggen, zodat het kind gestimuleerd wordt om te bewegen. Het kind wordt ook gestimuleerd met woorden door de pedagogisch medewerker.
De ruimte van de Babyroom is zo ingedeeld dat het kind de pedagogisch professionals r altijd zal zien en of horen. Regelmatig liggen of zitten de pedagogisch professionals bij de kinderen op de grond.
De grove motoriek wordt bij het kind van 1 tot 4 jaar gestimuleerd door materialen en activiteiten als het dans- en bewegingsspel. Bij The Clown Club worden uitdagende spelmogelijkheden aangeboden door middel van verschillende spelmaterialen en activiteiten. Het kind moet kunnen klauteren, glijden en springen waardoor het de eigen mogelijkheden leert kennen. Het kind leert onder meer omgaan met hoogteverschillen en gevaar.
We hebben hiervoor zowel buiten als binnen materialen beschikbaar zoals een glijbaan, tafels, stoelen, klimtoestel en activiteiten gericht op bewegingsspellen (parachute spellen, balspellen, zaklopen etc.).
Buiten spelen de pedagogisch professionals met de kinderen mee. Sommige kinderen vinden het spannend om alleen van de glijbaan af te gaan. Met een beetje stimulering en een hand van de pedagogisch professional zien de kinderen al snel dat ze het heel goed zelf kunnen.
De fijne motoriek omvat kleine bewegingen die coördinatie tussen ogen en handen vereisen. Het kind van 0 tot 1 jaar gaat bijvoorbeeld naar voorwerpen grijpen en pakken. De fijne motoriek ontstaat onder meer in het fysieke contact met de medewerker en wordt gestimuleerd door materialen als kleurpotloden, kralen, insteeknoppen en puzzels. Bij baby’s wordt dat bijvoorbeeld gestimuleerd door rammelaars, de baby gym en door het doen van spelletjes (vinger vastpakken, naar de neus wijzen etc.)
5.3 Sociaal-emotionele ontwikkeling
De relatie die kinderen hebben met hun omgeving vormt een belangrijk aspect van de sociale ontwikkeling. Deze relatie duidt met name op de behoefte van een kind aan veiligheid en ondersteuning vanuit de omgeving. Het wil ergens bij horen en wil ervaren hoe het is om samen te zijn met andere kinderen en volwassenen. Door het omgaan met leeftijdgenootjes en de groepsleiding leert het kind de uitwerking van zijn gedrag op anderen kennen. Hierdoor leert het kind inzicht te krijgen in zijn eigen gevoelens en leert het om te gaan met andere reacties dan de reacties die het kind normaliter van zijn naasten krijgt. Ook leert het kind al vroeg de betekenis van delen, troosten, helpen, rekening houden met anderen en omgaan met conflicten. Door de aanwezigheid en ondersteuning van de groepsleiding leert het kind om vertrouwen te hebben in zijn omgeving. Het kind is dan in staat om vrij op onderzoek uit te gaan en in deze omgeving te spelen.
Een voorbeeld is het afscheid nemen van papa of mama aan het begin van de dag. Sommige kinderen vinden dit lastig en zijn hierdoor verdrietig. De pedagogisch professional staat klaar voor een dikke knuffel. Andere kinderen geven de ouder een knuffel en gaan spelen. Veel kinderen in de leeftijd van 1 tot 4 jaar vinden het fijn om voor het raam even te zwaaien naar papa of mama. De leidsters doet dit samen met het kind en bespreken dan samen dat papa of mama gaat werken en wat de kinderen allemaal gedurende de dag gaan doen. Zodra het kind ziet dat de ouder weg is, gaat het vaak lekker spelen. Het samen zwaaien met andere kinderen helpt vaak ook goed, de kinderen helpen elkaar hierin.
Voor de kinderen van 0 tot 1 jaar is het erg belangrijk om zich veilig te voelen bij de pedagogisch professionals. Kinderen reageren op geluiden van de andere, positief en negatief. Als een kindje dat zelf aan het spelen is bijvoorbeeld lekker aan het kletsen is, dan is het duidelijk dat het kind zich op zijn gemak voelt.
De pedagogisch professionals kletsen hierin gezellig mee. Ook komt het wel eens voor dat kinderen met andere kinderen meehuilen. Dit is een kwestie van wennen. Thuis zijn er immers andere geluiden dan op de Babygroep. De band die de pedagogisch professionals met de kinderen van 0 tot 1 opbouwen is hierin erg belangrijk. Een kindje wat bij een knuffel in de nek van een pedagogisch professional ‘duikt’, voelt zich duidelijk op zijn of haar gemak.
Veilige hechting op jonge leeftijd vormt mede de basis voor de ontwikkeling tot een stabiele volwassenheid. Onze pedagogisch professionals dragen hieraan bij door met elk kind een hechte band op te bouwen en ook een vertrouwensrelatie met de ouders aan te gaan. The Clown Club streeft naar continuïteit van medewerkers op de groep.
De kinderen van 0 tot 1 jaar hebben op de Babyroom minimaal 2 vaste gezichten. De kinderen van 1 tot 4 jaar hebben per week 3 of 4 verschillende gezichten. Naast aandacht voor de groep en groepsprocessen, maken zij tijd en ruimte voor individuele aandacht. Extra aandacht wordt gegeven aan het kind in bijzondere situaties zoals wennen op The Clown Club, overgang naar een andere groep en afscheid nemen.
Voor de ontwikkeling van het gevoelsleven van kinderen van 0 tot 4 jaar is het zeer belangrijk dat het kind zich bevindt in een veilige en vertrouwde omgeving. Juist bij jonge kinderen zijn de emotionele contacten zoals elkaar aanraken, elkaar nadoen, lachen en knuffelen van het grootste belang. Jonge kinderen hebben hun eigen manier van uiten. Het waarnemen en het serieus nemen van gevoelens van de kinderen is daarom belangrijk. Het verschonen en voeden is bijvoorbeeld een uitstekend moment voor de groepsleiding om kinderen van 0 tot 1 jaar individuele aandacht te geven. Luisteren naar verhalen, samen knutselen en samen spelen zijn de momenten waarop alle kinderen meer individuele aandacht krijgen.
Tijdens de eetmomenten is hier ook goed de aandacht voor. De pedagogisch professional zit bij de kinderen aan tafel en vraagt wat de kinderen willen eten. Ook worden er aan tafel bepaalde momenten van de dag besproken en krijgt elk kind de kans om mee te kletsen. Tijdens de vrij spel momenten zitten de pedagogisch professionals ook regelmatig bij de kinderen op de grond zodat de kinderen met hen kunnen spelen, stoeien, knuffelen etc. Er kan op deze manier goed gekeken worden de kinderen behoefte van de kinderen.
De groepsleiding probeert de gevoelens van kinderen, zoals blijdschap, woede, verdriet, angst en onverschilligheid te verwoorden. Zo leert het kind om te gaan met zijn gevoelens, herkent het gevoelens van andere kinderen en leert ook hiermee om te gaan. Soms is het nodig dat een medewerker een bepaald gedrag verbiedt, wel de gevoelens van het kind begrijpt en tegelijkertijd ook duidelijke grenzen stelt aan de kinderen. Sommige gedragsuitingen worden niet toegestaan door de groepsleiding, zoals fysieke en verbale agressie. De groepsleiding haalt het kind uit de situatie en legt aan het kind uit wat niet toegestaan is. Ook vertelt de groepsleiding erbij wat wel toegestaan is.
De groepsleiding stimuleert de emotionele ontwikkeling van de kinderen van 1 tot 4 jaar met spel, bijvoorbeeld fantasie- en rollenspelen. Op The Clown Club is hiervoor materiaal aanwezig zoals poppen, een boerderij, lego/duplo en verkleedkleren. Er is bijvoorbeeld een keukentje in de groepen aanwezig, hiermee kunnen de kinderen situaties van thuis naspelen met de andere kinderen. Ook wordt er tijdens de vrijspeel-momenten vaak ‘moeder en baby’ gespeeld. De emotionele ontwikkeling van de kinderen van 0 tot 1 jaar worden gestimuleerd met speelgoed zoals knuffels, handpoppen en bijvoorbeeld vingerspelletjes. Ook hier is het reageren van de groepsleiding op de geluiden en bewegingen van de kinderen erg belangrijk.
Bij gedragsverandering houdt de groepsleiding rekening met de veranderingen in de situaties thuis, bijvoorbeeld door de komst van een broertje/zusje, door verhuizing of andere omstandigheden. Jonge kinderen uiten veel van hun gevoelens door spel.
De groepsleiding kan dan in spelvorm op deze situaties ingaan. Goede oudercontacten zijn hierbij van groot belang, zodat er op de situatie thuis kan worden ingespeeld.
5.4 Cognitieve ontwikkeling
Taal
Jonge kinderen ontwikkelen zich in hoog tempo. Taalontwikkeling is hiervan een belangrijk onderdeel. Dit begint al bij de kinderen van 0 tot 1 jaar. Zij beginnen met brabbelen. Het is erg belangrijk om hierop te reageren als pedagogisch professional. In ons tweetalig kinderdagverblijf heeft dit belang nog een extra accent. The Clown Club heeft als voertaal Nederlands en Engels. Het is belangrijk kinderen te begeleiden bij het ontwikkelen van hun taalvaardigheden in onze internationale setting. Hiervoor heeft The Clown Club een gedragscode ontwikkeld waarin staat beschreven hoe de twee voertalen binnen The Clown Club worden gehanteerd.
De cognitieve ontwikkeling heeft betrekking op de ontwikkeling van taal (taalgebruik en taalbegrip) en denken. Begrip en inzicht worden verworven door de informatie uit de omgeving te ordenen, te onthouden, toe te passen en te combineren met nieuwe situaties. Taal en denken zijn nauw met elkaar verbonden.
Twee of meer talen leren kan succesvol verlopen bij jonge kinderen. Het is belangrijk dat dit gebeurt in de zogenaamde gevoelige periode van het taalverwervingsproces (tussen de 0 en 10 jaar). De taalontwikkeling van een meertalig kind verloopt grotendeels op dezelfde manier als de taalontwikkeling van een ééntalig kind. Het verschil ligt in het ontwerpen van twee systemen, voor elke taal één. Dat meertalige kinderen in eerste instantie per taal over minder woorden beschikken is vrij normaal. Deze kinderen moeten namelijk bij het leren van een nieuw woord twee etiketten plakken.
Voor het verloop van de taalverwerving van meertalige kinderen is het belangrijk dat het kind gestimuleerd wordt om de talen van elkaar te onderscheiden. Bij The Clown Club doen we dat door het taalgebruik te koppelen aan het consequent aanbieden van één taal. In de Engelstalige groepen wordt dan ook alleen Engels gesproken en in de Nederlandstalige groepen alleen Nederlands. Op deze manier wordt het gebruik van meerdere talen gekoppeld aan verschillende ruimtes, activiteiten, personen en situaties. Dus het kind spreekt bijvoorbeeld thuis alleen Spaans en op The Clown Club alleen Engels of Nederlands.
Uit onderzoeken blijkt dat de verwerving van twee of meer talen voor een kind prima te doen is. Wel is het hierbij belangrijk dat er in beide talen gevarieerd en veel met de kinderen wordt gepraat. De medewerkers van The Clown Club spelen hierin een actieve rol door veel tegen het kind te praten. Zoveel mogelijk wordt op elke taaluitdrukking van het kind gereageerd: van de eerste klanken die de baby maakt tot de vragen en verhalen van de peuter. Om de taalontwikkeling te stimuleren organiseert de groepsleiding verschillende activiteiten, zoals zang, taalspelletjes en spelletjes met klanken en geluiden in de desbetreffende talen.
Denken
De ontwikkeling van het denken omvat onder andere het beredeneren en oplossen van problemen. Dit is een complex proces van het verwerken van informatie die voor kinderen overweldigend kan zijn. Door middel van spel wordt geprobeerd hierin een structuur aan te brengen. Spelen en bezig zijn is leren voor een kind. Het kind leert onder meer door voorbeeld en nabootsing en door de spelactiviteiten. Door het bespreken van dagelijkse gebeurtenissen ontstaat orde in de wereld van het kind.
De groepsleiding legt daarbij uit, benoemt de dingen en nodigt de kinderen uit om zelf dingen te verwoorden. De ontwikkeling van taal heeft een grote invloed op het denken, immers taal is een onderdeel van de cognitieve ontwikkeling.
Praten is een vorm van hardop denken. Jonge kinderen denken nog heel concreet en hier wordt ook de communicatie door de groepsleiding op aangepast. Tijdens onze kringgesprekken en spelactiviteiten wordt hier extra aandacht aan besteed.
Denken is ook het vermogen van kinderen om zelf oplossingen te zoeken voor problemen. De groepsleiding probeert daarom kinderen zoveel mogelijk zelf problemen op te laten lossen. De kinderen die onderling conflicten hebben worden eerst vrijgelaten in het zelf oplossen. Dit doet een beroep op het denkvermogen van het kind en vergroot de creativiteit in het omgaan met verschillende situaties.
Ter bevordering van de cognitieve ontwikkeling (denken en waarnemen) wordt binnen The Clown Club veelzijdig materiaal aangeboden waardoor kinderen bezig kunnen zijn met de kleuren, de vormen en de seizoenen.
5.5 Creatieve ontwikkeling
De groepsleiding stimuleert de creatieve ontwikkeling van het kind van 1 tot 4 jaar door het aanbieden van allerlei soorten materialen (water, zand, verf, klei, verkleedkleren en schmink) en activiteiten (muziek, dans en kinderyoga). Ook de kinderen van 0 tot 1 jaar worden gestimuleerd met het voelen van verschillende materialen, zoals bijvoorbeeld veertjes, nieuwe spons, een nieuwe afwasborstel etc. Er wordt hierbij goed opgelet dat de groepsleiding met de kinderen mee speelt en dat spullen niet in de mond gestopt worden. Ook is er afwisseling van muziek op de babygroep. Naast babymuziek wordt er ook klassieke muziek of geluiden uit de natuur gespeeld.
Voor het kleine kind is het omgaan met materialen een onderzoekende en uitdagende bezigheid. Het leert er de mogelijkheden en de eigenschappen van kennen waarbij het resultaat nog niet belangrijk is. Creatief zijn kan op vele manieren, bijvoorbeeld door te vertellen en door fantasie- constructie spelen. Het is belangrijk dat kinderen hierbij gewaardeerd worden en zoveel mogelijk de ruimte krijgen voor hun eigen inbreng.
5.6 Ontwikkeling persoonlijke competentie (identiteit en zelfredzaamheid)
Geleidelijk aan wordt het kind steeds meer bewust dat het een persoon is, die verschilt van ieder ander. Zo herkent het kind zichzelf in de spiegel en gaat het wijzen naar dingen die hij wil. Kinderen worden ook steeds meer bewust van de invloed die ze kunnen uitoefenen op de omgeving. De eigen wil wordt sterker bij de dreumes en peuter. Ze zijn dan ook gevoeliger voor complimenten en corrigeren. Het is belangrijk dat het kind positief wordt benaderd. De kinderen worden zoveel mogelijk gestimuleerd om gewenst gedrag te vertonen door veel complimenten te geven gedurende de dag.
De kinderen krijgen niet alleen complimenten wanneer ze iets goed hebben gedaan, maar ook als ze iets proberen (bijv. bij eten en spel) en een inspanning leveren aan een taak of spel.
Als kinderen veel complimentjes krijgen, als er vaak positieve opmerkingen gemaakt worden over hun gedrag, heeft dat een positieve uitwerking op het zelfbeeld van kinderen. Ze ontwikkelen hierdoor zekerheid en duidelijkheid over het gedrag dat wel en niet gewenst is. De complimentjes vergroten hun zelfvertrouwen en competentiegevoelens.
De groepsleiding waardeert onderlinge verschillen (in bijvoorbeeld voorkeur voor activiteiten, tempo en spontaniteit) tussen de kinderen. Daarnaast stimuleert de groepsleiding het identiteitsbesef ook door bijvoorbeeld regelmatig het benoemen van de namen, of door het geven van een eigen plekje of eigen spullen. De groepsleiding moedigt de individuele interesses en competenties van een kind aan door te zorgen voor bijvoorbeeld het gewenste spelmateriaal. Dit alles binnen de grenzen van de groep en organisatie.
Eén van onze uitgangspunten is om het kind op te laten groeien tot een zelfstandig persoon. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid zijn namelijk belangrijke waarden in onze tijd en samenleving en de groepsleiding moedigt dit aan bij het kind. Dat wat het kind kan proberen mag het in principe ook zelf proberen.
De groepsleiding zorgt er wel voor dat het kind niet te veel mislukkingen ervaart.
De groepsleiding stimuleert en ondersteunt de zelfredzaamheid door taken en opdrachten voor de kinderen in de dagelijkse routine mee te nemen, bijvoorbeeld het opruimen van speelgoed na het spelen of een doekje pakken en de tafel schoonmaken als je per ongeluk je beker omgooit (groepen met kinderen van 2-4 jaar) De opdrachten worden voor het kind duidelijk en concreet gehouden. Kinderen overvragen draagt immers niet bij aan persoonlijke groei, maar remt deze eerder af. Onder stimuleren verstaan wij het kind aanmoedigen, uitnodigen en begeleiden. Het kind aan zijn lot overlaten onder de noemer “stimuleren van de zelfstandigheid” komt hiervoor uitdrukkelijk niet in aanmerking.
Gedrag is grotendeels aangeleerd en dus ook beïnvloedbaar. Daarbij spelen kind factoren ook een rol, zoals het temperament. Dit geeft aan dat een bepaald gedrag kan worden versterkt of afgezwakt en dat de omgeving gepast moet reageren op het kind. Ieder kind heeft behoefte aan gerichte (op het kind afgestemde) aandacht. Als een kind geen positieve aandacht krijgt, kan het kind, door bijvoorbeeld storend gedrag, zorgen dat het toch (veelal negatieve) aandacht krijgt. In de behoefte aan aandacht wordt dan wel voorzien, alleen niet op de meest gewenste manier. Wanneer een kind gedrag vertoont dat niet gepast is in de groep, bijvoorbeeld naar de groepsleiding en/of kinderen toe, wordt er aan het kind uitgelegd waarom het gedrag niet gewenst is. Vervolgens geeft de groepsleiding aan welk gedrag wel gewenst is en dient eventueel als voorbeeld. De groepsleiding spreekt het kind altijd aan op zijn gedrag en niet op het kind als persoon zijnde. Belangrijk bij dit aspect om ongewenst gedrag af te leren is dat de groepsleiding consequent en duidelijk corrigeert. Belonen wordt gedaan door positieve bevestiging en benadering in verhouding tot de prestatie/ de verdienste.
Corrigeren en bevestigen dienen het kind een reëel beeld van zijn functioneren te geven en in het verlengde hiervan zijn weerbaarheid en redzaamheid te vergroten.
5.7 Mentor en opvallend gedrag
Elk kind krijgt een mentor. De mentor is het aanspreekpunt voor de ouders om de ontwikkeling en het welbevinden van het kind te bespreken. Deze pedagogische professional zorgt ervoor dat de observatieformulieren op vaste tijden zijn ingevuld en kloppen, en doet 1 keer per jaar het 10-minutengesprek met de ouder. Om de ontwikkeling van het kind te kunnen volgen, moet de mentor het kind echt kennen. Daarom is de mentor direct betrokken bij de opvang en ontwikkeling van het kind. De mentor is een van de pedagogische professionals van de groep waarin het kind geplaatst is. De ouders worden op de hoogte gebracht wie de mentor van hun kind is. Dit gebeurt op het moment dat de afspraken gemaakt worden voor het intakegesprek en de wenmomenten. De mentor regelt dit en stelt zichzelf dan meteen even voor.
Eventueel vervult de mentor ook een rol in het contact met andere professionals (met toestemming van de ouders).
De observatieformulieren zijn voor de pedagogisch professionals een handvat/leidraad om goed stil te staan bij alle ontwikkelingsgebieden van een kind dat volop in ontwikkeling is.
Wanneer een kind voorloopt op zijn ontwikkeling, wanneer bij het kind achterstand gesignaleerd wordt of wanneer het kind zich bijzonder gedraagt, probeert de groepsleiding door middel van extra observaties een duidelijker beeld te krijgen van het gedrag. De zorg wordt met ouders besproken en er wordt geprobeerd om samen tot een oplossing te komen. Het kan voorkomen dat externe hulp wordt geadviseerd, zoals een logopedist, consultatiebureau of fysiotherapeut. De vervolgstappen liggen uiteindelijk bij de ouders.
Extra zorg bieden verloopt planmatig: doelen, begeleidingsactiviteiten en evaluatie hiervan worden vastgelegd. Ouders worden actief betrokken bij het plan van aanpak.
Het effect van extra begeleiding en zorg wordt geëvalueerd, gebruikmakend van de observatieformulieren. Hierbij wordt duidelijk of de doelen zijn bereikt, waarom wel en waarom niet. Uit deze conclusies wordt de aanpak voor de komende periode op gebaseerd.
In het geval van externe zorgbegeleiding sluiten medewerkers zoveel mogelijk aan bij de zorg die extern geboden wordt. Indien mogelijk zijn er contacten met de externe zorgverlener (denk bijvoorbeeld aan samenwerking met de fysiotherapeut).
Dikwijls werken we samen met een extern team, het Centrum voor Jeugd en Gezin en de School Advies Dienst Wassenaar (SAD). Als we denken dat zij ons verder kunnen helpen, vragen we de ouders voor toestemming om hun kind te bespreken met dit team. Het is mogelijk dat we een kind anoniem inbrengen. Dit doen wij in gevallen waarin wij externe hulp noodzakelijk vinden, maar waarin ouders geen toestemming geven om de situatie van hun kind met een extern team te bespreken.
Uiteraard kunnen ouders ook zelf informatie over het Centrum voor Jeugd en Gezin en de School Advies Dienst Wassenaar bij ons opvragen.
Bij de overgang van The Clown Club naar de basisschool sturen wij de observatieformulieren van het kind naar de desbetreffende basisschool (mits er toestemming voor is) en naar de ouders. Dit gebeurt via een kind volgsysteem dat geldt voor Nederlandse kinderopvang, peuterspeelzaal en basisscholen in Wassenaar (overdracht Wassenaar). De observatieformulieren worden tijdens een eindgesprek met de ouders besproken. De formulieren moeten digitaal worden ondertekend voordat ze naar de basisschool worden verstuurd.
5.8 Protocol Vermoeden Kindermishandeling en Huiselijk geweld
Binnen The Clown Club hanteren wij een protocol bij een vermoeden van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. In dit protocol zijn onder andere de volgende aspecten opgenomen: de definitie van kindermishandeling conform de Wet op de Jeugdzorg, een stappenplan bij een vermoeden, de verantwoordelijkheden binnen The Clown Club, informatie over signalen en praktische informatie over Bureau Jeugdzorg en Advies en Meldpunt Kindermishandeling. Dit protocol is op elke groep en bij het management in te zien via de app Konnect, informatiepagina’s, beleid/policy. Elke medewerker is op de hoogte van de inhoud van dit protocol en er wordt over dit onderwerp periodiek voorlichting gegeven.
6. Maatschappelijke/ Culturele bewustwording
6. Maatschappelijke/ Culturele bewustwording
6.1 Overbrengen van waarden en normen
Het overbrengen van waarden en normen speelt in de opvoeding van de kinderen voortdurend een rol. Waarden geven uitdrukking aan de betekenis die mensen hechten aan bepaalde gedragingen, dingen of gebeurtenissen. Het zijn ideeën of opvattingen die aangeven hoe belangrijk mensen iets vinden. Waarden zijn onmiskenbaar cultuurgebonden; ze veranderen in de loop van de tijd en variëren van samenleving tot samenleving. Normen vertalen de waarden in regels en voorschriften hoe volwassenen en kinderen zich behoren te gedragen.
6.2 Uitwisselen van waarden en normen
Een kind wordt gevormd door de omgang met volwassenen en andere kinderen. De omgang tussen volwassenen en kinderen heeft in de kinderopvang een andere dimensie dan thuis. De groepsleiding is in eerste instantie beroepsmatig bij de kinderen betrokken. Zij onderhoudt contact met alle kinderen uit de groep. Daarnaast is er de omgang van de medewerker met de groep als geheel. Op beide niveaus is sprake van een voortdurende uitwisseling van waarden en normen in communicatie en interactie.
In groepsverband is de uitwisseling een continu proces. Tussen de kinderen onderling speelt voortdurend wat hoort en niet hoort. Dagelijks worden de geldende regels in de groep verbaal en non-verbaal herhaald en de kinderen krijgen zoveel mogelijk uitleg waarom iets op een bepaalde manier gaat, aangepast op het ontwikkelingsniveau. Door middel van taal vindt er onderling een (gedeeltelijke) bewuste uitwisseling plaats van waarden en normen. Daarnaast speelt het non-verbaal uitwisselen en overbrengen een grote rol in de communicatie. Hier wordt zo zorgvuldig mogelijk mee omgegaan. De groepsleiding dient ook als voorbeeld voor de kinderen in de overdracht van waarden en normen.
6.3 Omgaan met vooroordelen
De pedagogisch professional op de groep is zich bewust van bestaande vooroordelen bij zichzelf en bij anderen over geloof, etniciteit, sociale klasse, sekse en seksuele geaardheid. Zij realiseert zich beïnvloed te zijn door de eigen omgeving waarin zij is opgegroeid.
Over al deze onderwerpen zijn in meer of mindere mate vanzelfsprekendheden ontstaan die discutabel zijn. De medewerker probeert kritisch te staan tegenover deze meningen, het gedrag dat daaruit voortvloeit en zich bewust te blijven van eigen vooroordelen. Bij kinderen wordt actief geprobeerd te voorkomen dat vooroordelen ontstaan, juist omdat kinderen van nature nieuwe dingen open tegemoet zullen treden.
De groepsleiding probeert steeds te reageren op de kinderen zodra ze merkt dat in een spel of in gesprek vooroordelen naar voren komen. Ook is zij actief in het aanbieden van roldoorbrekend speelgoed, het voorlezen van verhalen en het zingen van liedjes die de kinderen duidelijk laten zien dat er keuzes zijn buiten de ‘gangbare’ paden. De groepsleiding is er alert op dat zij op geen enkele wijze negatieve meningen laat horen over bepaalde groepen in onze samenleving. Wel is ze actief in het praten over verschillende groeperingen, met de bedoeling dat de kinderen meer weten en daardoor minder snel geneigd zijn iets afwijkend en minder waard te vinden.
6.4 Verschillen
Bij The Clown Club zijn kinderen uit alle gezinnen welkom. Aan speciale gebeurtenissen, die aan een bepaalde levensovertuiging verbonden zijn, wordt op gepaste wijze aandacht geschonken in de groep. Voor zover mogelijk wordt aan de kinderen uitgelegd welke betekenis die speciale gebeurtenis binnen de betreffende levensovertuiging heeft. Verschillen in de sociale achtergrond komen soms tot uitdrukking in kleding en taalgebruik. Bij The Clown Club wordt elk kind met gelijke zorg omringd. Er is zowel ‘jongens’ als ‘meisjes’ speelgoed aanwezig. De keuzevrijheid en de eigenheid van het kind staan centraal bij de keuze voor het één of het andere speelgoed.
Ons uitgangspunt is dat kinderen niet iemand moeten worden, maar al iemand zijn. Zij verdienen een respectvolle benadering en worden serieus genomen.
Een respectvolle houding van de groepsleiding stimuleert zelfvertrouwen en eigenwaarde van kinderen en leert kinderen respect te hebben voor anderen en voor hun omgeving.
6.5 Problemen en conflicten
Kinderen worden gestimuleerd zelf hun sociale problemen op te lossen. Wanneer kinderen daarin niet slagen of wanneer steeds hetzelfde kind als ‘winnaar’ of als ‘verliezer’ uit de strijd komt, biedt de groepsleiding hulp. De kinderen worden in dit geval de mogelijkheid aangereikt om met meer kans op succes hun behoeften en wensen kenbaar te maken. Ook wordt geleerd rekening met elkaar te houden door voor te doen hoe via overleg tot overeenstemming gekomen kan worden. Kinderen kunnen al vroeg leren voor zichzelf op te komen en daarnaast rekening te houden met anderen.
6.6 Feesten en rituelen
Een aantal gebeurtenissen zoals verjaardagen, afscheid, feestdagen, bijvoorbeeld Sinterklaas en Halloween, verlopen op The Clown Club volgens een vast ritueel. Door hier op een bepaalde manier mee om te gaan, leren kinderen wat het betekent om bijvoorbeeld jarig te zijn. Aan vaste gewoontes kunnen kinderen zowel zekerheid als plezier ontlenen. Ook het hanteren van een vaste dagindeling valt te beschouwen als een ritueel.
De kinderen en het personeel van The Clown Club komen uit veel verschillende culturen en hebben diverse nationaliteiten en godsdiensten. Eén maal per jaar besteden we hier nadrukkelijk aandacht aan op ‘International Day’.
Het is een informele aangelegenheid, waar ouders iets kunnen laten zien van hun eigen land, bijvoorbeeld traditionele kleding, eten of informatie.
Ouders kunnen ook kennismaken met andere ouders en gezellig praten met de medewerkers en zien wat de kinderen gemaakt hebben in de groepen.
6.7 Uitstapjes buiten The Clown Club
Bij sommige thema’s is het erg leuk om een uitstapje te maken buiten The Clown Club. Denk hierbij aan de bibliotheek of kinderboerderij. Hier worden de ouders ruim van tevoren van op de hoogte gebracht. Ook moeten ouders schriftelijk toestemming geven dat hun zoon of dochter hieraan deel mag nemen.
Indien nodig vragen we of er ouders zijn die mee willen als extra begeleiding. Als er niet voldoende begeleiding is, kan het uitje helaas niet door gaan.
Alleen de peutergroepen English 2, Dutch 2 en Dutch 3 maken wel eens een uitstapje. De andere groepen doen dit nog niet.
6.8 Omgaan met rouwverwerking
Het overlijden van een persoon in de directe omgeving is ook voor jonge kinderen heel ingrijpend. Het is heel belangrijk dat de groepsleiding op de hoogte is zodat zij zo goed mogelijk kan reageren. Troosten, knuffelen en warmte bieden zijn wezenlijke dingen waarmee je kinderen helpt om hun rouw en verdriet te verwerken. Het is belangrijk om eerlijke informatie te geven die aansluit bij de ontwikkelingsfase van het kind. Ook is het belangrijk om er niet over te zwijgen. Dit alles in overleg met de ouders.
7. Veiligheid, gezondheid en verzorging van de kinderen
7. Veiligheid, gezondheid en verzorging van de kinderen
Voor alles op dit gebied wordt de map ‘GGD-Wijzer 0-4 jaar’ van de GGD gevolgd, maar vooral ook gekeken naar onze risico-inventarisaties voor Veiligheid en Gezondheid. Deze wordt steeds bijgewerkt, zodat acties ondernomen worden die gewenst en noodzakelijk zijn.
Zowel de risico-inventarisatie voor Veiligheid als voor Gezondheid is openbaar en kan te allen tijde voor inzage opgevraagd worden bij het management van The Clown Club.
Alle medewerkers dienen op de hoogte te zijn van de inhoud. In ieder geval wordt jaarlijks de inventarisatie geëvalueerd door het hele team en indien nodig vaker.
7.1 Wet Kinderopvang
De Wet Kinderopvang regelt dat de opvang moet bijdragen aan een gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. Deze wet stelt als eis dat The Clown Club voldoet aan de regelgeving rondom ouders, personeel, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting, groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio, pedagogisch beleid, en praktijk en klachten. The Clown Club zet zich al jaren in voor het bewaken van een zo goed mogelijke veilige en gezonde omgeving. The Clown Club wordt ook geïnspecteerd door het onafhankelijke toetsingsorgaan de GGD Zuid-Holland West.
7.2 Rol van de GGD
Onze visie op de zorg voor een veilige en gezonde omgeving wordt altijd getoetst door een GGD-inspecteur die met enige regelmaat inspecties uitvoert, minimaal één keer per jaar. De toezichthouder (GGD-inspecteur) controleert de veiligheid en gezondheid van de kinderopvang aan de hand van de punten uit het toetsingskader dagopvang. Het GGD-inspectierapport is via onze website in te zien.
Dit rapport wordt geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang. Ook is een exemplaar van het rapport te vinden op kantoor.
7.3 Veiligheidsmanagement
Kinderen ontwikkelen zich snel, zijn nieuwsgierig en willen de wereld om zich heen ontdekken. Daarbij zien ze geen gevaar. Hoe ouder de kinderen worden, hoe beter ze leren wat wel en niet is toegestaan en wat wel en niet gevaarlijk is. De groepsleiding kan veilig gedrag oefenen met kinderen. Veel herhalen is nodig. Toch zullen kinderen zich niet altijd aan afspraken en regels houden.
Omdat het voor de medewerkers onmogelijk is om elke minuut van de dag alle kinderen in de gaten te houden, is een veilige omgeving van groot belang. Hierbij is een spanningsveld tussen veiligheid en pedagogische aspecten. Dit spanningsveld moet uitmonden in een goede mix tussen het bieden van veiligheid en het bieden van voldoende uitdaging en voldoende leermomenten. Niet alle veiligheidsrisico’s moeten worden afgedekt, wel moeten de risico’s tot een aanvaardbaar minimum worden gereduceerd en de kans op ernstig letsel moet voorkomen worden.
In een omgeving waar kinderen spelen, wordt niet altijd alles gebruikt waar het voor bestemd is. Dit is een belangrijke reden waarom we moeten zorgen voor veilige producten. Hoe veilig het product echter ook is, als er niet goed mee omgegaan wordt, kan er alsnog een onveilige situatie ontstaan. Juist in een omgeving waar kinderen experimenteren en ontdekken, heeft veiligheid een heel dynamisch karakter.
Het gedrag van kinderen in relatie tot de omgeving staat dan ook centraal in de risico-inventarisatie veiligheid.
De Risico-Inventarisatie en Evaluatie en het protocol Veiligheid omvatten vele situaties, regels, afspraken en scenario’s die hier nauwelijks zijn samen te vatten. U wordt daarom verwezen naar de volledige Risico-Inventarisatie en Evaluatie en het protocol Veiligheid die ter inzage liggen op kantoor en de groepen. Ook is het protocol te downloaden op de website van The Clown Club.
Vier – ogen – principe
Naast het bieden van lichamelijke veiligheid, besteed The Clown Club aandacht aan vele aspecten van de emotionele veiligheid van de kinderen, zie ook paragraaf 5.2.2.
Alle pedagogisch professionals zijn gediplomeerd en bezitten de kwaliteiten en eigenschappen die het werken met kinderen vereist. In de benadering naar de kinderen zijn de medewerkers respectvol, liefdevol en competent. Daarnaast wordt de emotionele veiligheid ook geboden door de sociale controle op elkaar. Dit houdt in dat er altijd iemand kan meekijken en/of meeluisteren. Op The Clown Club komt dit op de volgende manieren tot uiting:
- Ramen in en tussen ruimtes, zodat er naar binnen gekeken kan worden.
- Een open cultuur, waarin volwassenen (zowel personeel, management als ouders) op elk moment een ruimte binnen kunnen komen.
- Babyfoons staan gedurende de hele dag aan in de slaapvertrekken, ook al slapen de kinderen op dat moment niet in de slaapkamers.
7.4 Gezondheidsmanagement
Over gezondheidsaspecten kunnen de meningen uiteenlopen. Maar over een ding is men het doorgaans eens: naarmate kinderen jonger zijn, zijn ze kwetsbaarder.
Er zijn tal van factoren die de gezondheid beïnvloeden. Directe verbanden zijn doorgaans moeilijk aantoonbaar. Kinderen opvangen in een omgeving waarin een goede gezondheid zoveel mogelijk gewaarborgd is, gaat verder dan het voorkomen van kinderziekten. Zelfs als er in een kinderdagverblijf geen zieke kinderen zijn, betekent dit niet automatisch dat kinderen hier niet aan risico’s blootgesteld worden.
Ook ogenschijnlijk gezonde kinderen kunnen aan risico’s blootgesteld zijn die een goede gezondheid ondermijnen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een ongezonde binnen lucht, verbrandingsgassen en zwevende deeltjes microstof; stoffen die op termijn luchtwegaandoeningen kunnen veroorzaken.
Bij het tot stand komen van de risico-inventarisatie Gezondheid is ervoor gekozen om vier categorieën gezondheidsrisico’s uit te werken, die min of meer direct hun weerslag kunnen hebben op de gezondheid van de kinderen, gedurende het verblijf in het kinderdagverblijf. Het betreft gezondheidsrisico’s door overdracht van ziektekiemen, gezondheidsrisico’s als gevolg van binnen- en buitenmilieu en tenslotte gezondheidsrisico’s ten gevolge (van het uitblijven) van medisch handelen.
Verantwoord beleid op het gebied van gezondheid kan als volgt getypeerd worden: het creëren van een situatie waarin betrokkenen gezondheidsrisico’s onderkennen en het handelen erop gericht is om ziekte te voorkomen. Het gedrag van kinderen, ouders en medewerkers staat dan ook centraal in de risico-inventarisatie Gezondheid en het protocol Gezondheid. Deze liggen ter inzage op kantoor en op de groepen. Het protocol is ook beschikbaar op onze website.
7.5 Voedselveiligheid
Voor meer informatie over de maaltijden, het bewaren en het bereiden ervan verzoeken wij al onze medewerkers het protocol Voedselveiligheid door te nemen. Deze is te vinden in de app Konnect> informatiepagina’s> Protocollen/ beleid personeel.
7.6 Inrichting
Een belangrijk criterium bij de inrichting van de groepsruimte is overzicht. Overzicht over de ruimte is zowel voor de groepsleiding als voor het jonge kind belangrijk. De groepsleiding moet een zo goed mogelijk overzicht op alle kinderen kunnen houden. Voor de jongste kinderen is het belangrijk om oogcontact met de leiding te hebben terwijl ze aan het spelen zijn. Peuters hebben al wat meer behoefte om af en toe in een ‘afgesloten’ hoekje met elkaar te spelen.
Bij de inrichting is rekening gehouden met deze behoefte van de kinderen, terwijl tegelijkertijd zorg wordt gedragen voor zowel de fysieke als emotionele veiligheid. De ruimte is, o.a. door kleur- en materiaalgebruik, aantrekkelijk voor kinderen en nodigt uit tot spel.
8. Contacten met ouders
8.1 Samenwerking met de ouders
Bij The Clown Club wordt een deel van de opvoeding en verzorging van de kinderen overgenomen van de ouders. Dit maakt het nodig om gegevens over de ontwikkeling van het kind uit te wisselen, waardoor wederzijdse inzichten hierover worden vergroot. Om kinderen een zo goed mogelijke opvang te bieden is een goede samenwerking met ouders van groot belang.
Daartoe dient aan een tweetal randvoorwaarden te worden voldaan:
- Wederzijds vertrouwen: begrip voor elkaars verantwoordelijkheid, mogelijkheden en beperkingen.
- Wederzijds respect: respect van de pedagogisch medewerker voor de ouders die de eindverantwoordelijkheid voor hun kind hebben en respect van ouders voor de professionele verantwoordelijkheid van de groepsleiding voor hun kind.
Daarnaast krijgt de samenwerking tussen ouders en de groepsleiding gestalte door:
De wenperiode:
Om de eerste periode in de dagopvang voor het kind zo goed mogelijk te laten verlopen, worden er duidelijk afspraken gemaakt met de ouders. Deze afspraken hebben onder meer betrekking op de opvoeding, de verzorging, het ritme en de gewoonten van het kind. Ook worden afspraken gemaakt over afscheid nemen. In de wenperiode wordt aandacht besteed aan de wederzijdse verwachtingen en wordt gevraagd naar specifieke wensen van de ouders.
Ruilen en extra dagen:
Voor ouders is er een mogelijkheid om van dag te ruilen. Als de ouder het kind afmeldt op de dag zelf voor 9.00u dan krijgt hij/zij hier tegoed voor. Dit tegoed is een half jaar geldig en kan ingezet worden voor een extra dag opvang mits er beschikbaarheid is op de groep. Een extra dag kan ook op factuur gezet worden. De ouder dient te regelen via de app Konnect.
Uitwisselen opvoedingsideeën:
Het uitwisselen van opvoedingsideeën maakt het mogelijk om één lijn te volgen in de benadering van het kind. Soms kan een bepaalde benadering thuis succesvol zijn en kan de opvang die overnemen. Andersom kan dat ook gelden. Verschillen in opvoeding en benadering van thuis en in de opvang zijn eveneens bespreekbaar.
Het kind bevindt zich in twee verschillende situaties en daarom is het belangrijk dat er zoveel mogelijk raakvlakken worden gecreëerd tussen thuis en de opvang.
Opvoedingsvragen van ouders:
The Clown Club kan ouders ondersteuning geven bij de opvoeding. Dit gebeurt in individuele contacten tussen ouders en de groepsleiding. De groepsleiding ziet de kinderen de gehele dag en heeft zicht op hun ontwikkeling. Als er problemen zijn met een kind wordt in overleg met de ouders bekeken wat het beste is voor het kind.
8.2 Betrokkenheid
De ouders worden zoveel mogelijk betrokken bij zaken die de opvang betreffen. De contacten vinden plaats tussen de pedagogisch professional en de individuele ouders.
De afstemming heeft betrekking op het eigen kind. Uitgangspunt hierbij is dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van ouders. Als de groepsleiding vindt dat de wens van de ouder niet overeenkomt met het belang van het kind en/of de opvang wordt dit uitgelegd en wordt geprobeerd hiervoor begrip te kweken bij de ouders.
Contacten vinden ook plaats tussen individuele ouders en The Clown Club als organisatie.
The Clown Club draagt er zorg voor dat de ouders informatie krijgen over belangrijke zaken zoals bijvoorbeeld ziektes binnen het kinderdagverblijf. Ouders kunnen advies geven over zaken die direct van invloed zijn op de kinderen of op de ouders zelf.
Tevens heeft The Clown Club een Oudercommissie die optreedt als vertegenwoordiger van de belangen van ouders. The Clown Club hecht waarde aan kwaliteitsverbetering in de dienstverlening. Hiervoor is het belangrijk dat ouders hun wensen en ideeën kunnen uitspreken tegenover het management. Dit kan door direct contact op te nemen met het management, maar ook via de oudercommissie. Met dit doel is ook de oudercommissie opgezet.
8.3 Wennen en afscheid nemen
In de eerste periode van wennen raken ouders en kind er langzaam maar zeker aan gewend om de dag gescheiden van elkaar door te brengen. Wennen betekent voor het kind voldoende vertrouwen krijgen om te kunnen functioneren op de groep. In de eerste weken ligt het accent bij het kind, de ouders en de groepsleiding op het elkaar leren kennen en elkaar leren vertrouwen. Van onze medewerkers verwachten wij dat zij het initiatief nemen voor het opbouwen van een vertrouwensrelatie met kinderen en ouders. Wanneer het kind zonder al te veel angst of verdriet in de groep kan zijn, wil dit nog niet zeggen dat het kind geheel gewend is. Een kind heeft vaak zes weken nodig om de basis te leggen voor de hechtingsrelatie met de groepsleiding. Onze medewerkers dienen hierop bedacht te zijn, ook bij kinderen die ogenschijnlijk snel en gemakkelijk wennen. Het verloop van de wenperiode is afhankelijk van een groot aantal factoren.
De professionaliteit van onze medewerkers in het begeleiden van het wennen is daarbij een belangrijke factor.
Deze moeten kennis hebben van en adequaat inspelen op:
- de ontwikkelingsfase van het kind
- de aard en het temperament van het kind
- het basisvertrouwen van het kind in primaire hechtingspersonen
- de mate van overeenstemming tussen de situatie thuis en op The Clown Club
Indicaties dat een kind gewend is kunnen de volgende gedragingen zijn:
- het kind voelt zich zichtbaar op zijn gemak: het laat zich troosten en helpen, zoekt toenadering
- er is non-verbale en /of verbale communicatie tussen groepsleiding en kind
- het kind komt tot spelen en eten
- het kind beweegt zich vrij door de ruimte
- het kind heeft een zeker ritme in de groep gevonden
- er zijn geen grote verschillen in gedrag thuis en op The Clown Club
De pedagogisch professionals van The Clown Club nemen twee weken voor de feitelijke plaatsing contact op met de ouders. Er wordt een afspraak gemaakt voor een intakegesprek en om twee dagdelen te komen wennen in de laatste week voor plaatsing. Het doel is het wennen in gang te zetten, in een week dat de ouder nog direct oproepbaar is en een hele dag opvang nog geen noodzaak is.
In het belang van de duidelijkheid en voorspelbaarheid voor het kind blijft de ouder maximaal een kwartier en wordt eveneens duidelijk en onder begeleiding van de groepsleiding afscheid genomen.
De groepsleiding heeft de gehele wenperiode extra aandacht voor het kind en bij het halen en brengen voor zijn ouders.
Voor de overgang naar een nieuwe groep wordt een vergelijkbare procedure gevolgd. In de week voor de doorstroom gaat het kind tweemaal een dagdeel naar de nieuwe groep. De vertrouwde pedagogisch professional gaat voordat het kind gaat wennen ongeveer een kwartier met het kind naar de nieuwe groep om even te ‘kijken’.
Waar mogelijk gaan twee of drie kinderen tegelijk over naar een volgende groep, zodat zij naast de steun van de groepsleiding ook steun aan elkaar hebben.
Afscheid nemen heeft de functie van het afsluiten van een periode. Dit belang betreft zowel het kind dat vertrekt als de beroepskrachten en overige kinderen. Rituelen zoals het opzetten van een afscheidshoed, een plakboek e.d. helpen hierbij.
8.4 Privacy
Individuele ouders hebben recht op privacybescherming door zorgvuldige behandeling van alle in vertrouwen gegeven informatie. Als overleg, betreffende het kind, met derden noodzakelijk lijkt dan nemen wij eerst contact op met de ouders. Met derden bedoelen wij personen die niet aan The Clown Club verbonden zijn, bijv. school, hulpverlenende instanties, e.d. Er wordt door de pedagogisch professionals geen vertrouwelijke informatie over kinderen en/of ouders aan andere kinderen, ouders en collega’s gegeven.
The Clown Club maakt regelmatig foto’s van de kinderen. In de ouderapp Konnect wordt toestemming aan de ouders gevraagd om deze foto’s te gebruiken. Ouders geven los toestemming voor het gebruik van de foto’s binnen het ouderportaal Konnect en voor het gebruik van de foto’s op ‘social media’.
